Naar de navigatie

Belastingen (overig)

Defiscaliseren monumentenvrijstelling overdrachtsbelasting

De vrijstelling van overdrachtsbelasting voor monumenten zal komen te vervallen. De doelstelling te bevorderen dat monumenten bij ideële monumentenorganisaties worden ondergebracht wordt nauwelijks behaald.

Verlagen BTW-tarief digitale informatie op fysieke dragers

Met ingang van 1 januari 2010 zal het BTW-tarief voor boeken op andere dan papieren dragers worden verlaagd van 19 procent naar 6 procent. Daarmee wordt het BTW-tarief op dit soort boeken gelijk getrokken met het BTW-tarief voor gewone boeken. Daarnaast wordt op educatieve informatie die is aangebracht op fysieke dragers ook het verlaagde BTW-tarief toegepast.

Verlagen BTW-tarief tuktuks, motor- en fietstaxi's

Het BTW-tarief voor tuktuks, motor- en fietstaxi's wordt gelijkgetrokken met het BTW-tarief voor taxivervoer in personenauto's. Hierdoor geldt het verlaagde BTW-tarief van 6 procent.

Uitbreiding banksparen

Bij banksparen voor een bepaald doel kan fiscaal gefaciliteerd worden gespaard. Tot nu toe was het banksparen al mogelijk voor het aflossen van de eigenwoningschuld of voor een oudedagsvoorziening. Met ingang van 1 januari 2010 is het ook mogelijk om fiscaal gefaciliteerd te banksparen als alternatief voor verzekeringsproducten die zien op de stamrechtvrijstelling (voor ontslagvergoedingen) of de vrijstelling in box 3 van overlijdensrisicoverzekeringen met een waarde tot 6703 euro (zoals de uitvaartverzekering).

Successierechtschulden in box 3

Met ingang van 1 januari 2010 wordt heffingsrente op de erfbelasting ingevoerd. Daarnaast wordt het mogelijk de verschuldigde erfbelasting inclusief eventuele heffingsrente/invorderingsrente af te trekken van het box 3-vermogen.

Vereenvoudiging lijfrenten/pensioenen

Met betrekking tot lijfrenten vinden vereenvoudigingen plaats bij de volgende onderwerpen:

  • terugwentelingsmogelijkheid: lijfrentepremies zijn aftrekbaar indien ze zijn betaald of verrekend in het kalenderjaar of in de eerste drie maanden van het volgende kalenderjaar (terugwenteling). Deze algemene terugwentelingsmogelijkheid komt te vervallen omdat deze inmiddels niet meer noodzakelijk is. Sinds 2004 voor de ruimteberekening wordt uitgegaan van de premiegrondslag en de pensioenaangroei van het voorafgaande jaar. Mede hierdoor zijn de gegevens voor de berekening van de aftrekruimte inmiddels ruim op tijd beschikbaar.
  • redelijke termijn: er wordt een wettelijke termijn ingevoerd voor de bepaling van de omvang van de lijfrentetermijnen, welke termijn ruimer is dan de termijn die op dit moment in de beleidssfeer geldt. Bovendien wordt het heffingstijdstip verlegd naar het moment van overschrijding van de wettelijke termijn. Wel zal een uitzondering mogelijk blijven voor de situatie dat redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan de wettelijke termijn.
  • splitsingsproblematiek pre-brede-herwaarderingslijfrenten: de pré-brede-herwaarderinglijfrenten worden voortaan integraal in box 1 in aanmerking genomen ongeacht de hoogte van de premiebetalingen die vanaf 2001 zijn gedaan.

Vereenvoudiging box 3 inkomenstenbelasting

Met betrekking tot box 3 vinden de volgende vereenvoudigingen plaats:

  • de invoering van één peildatum in box 3 per 2011: de peildatum voor het vaststellen van het box 3-vermogen wordt vanaf 1 januari 2011 gesteld op 1 januari van het kalenderjaarjaar. Dit betekent een vereenvoudiging want nu wordt gewerkt met het gemiddelde van het vermogen op 1 januari respectievelijk 31 december van het kalenderjaar.
  • de toerekening van de grondslag in box 3 tussen partners: voortaan vindt de keuze van de verdeling van vermogensbestanddelen niet plaats per vermogensbestanddeel, maar op grond van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen. Hiermee wordt een belangrijke vereenvoudiging bereikt. Het is immers niet langer nodig om bijvoorbeeld vrijstellingen in box 3 over te dragen aan de partner om een gunstige verdeling mogelijk te maken.
  • gebruik van de WOZ-waarde voor woningen in box 3: aansluiten bij de WOZ-waarde betekent een vereenvoudiging omdat niet getaxeerd hoeft te worden om de waarde in het economische verkeer vast te stellen
  • de invoering van een vrijstelling voor contant geld en vergelijkbare vermogensrechten: voor het vaststellen van box 3-vermogen zal een vrijstelling voor contant geld of overige vermogensrechten gelden van 500 euro per belastingplichtige (1000 euro voor partners).

Startdatum heffingsrente voor IB en Vpb

Met ingang van 1 januari 2010 zal heffingsrente pas worden berekend vanaf de eerste dag na het einde van het belastingjaar en niet al vanaf 1 juli in het belastingjaar.

Eenvoudiger herzien van voorlopige aanslag IB

Een voorlopige aanslag IB kan worden herzien zonder dat er bezwaar hoeft te worden gemaakt. De burger kan via de telefoon (in de loop van 2010) of een al dan niet elektronisch formulier mutaties doorgeven. Vrijwel altijd volgt de Belastingdienst de doorgegeven verandering. Als Belastingdienst een verandering niet volgt, kan de belastingplichtige daar formeel bezwaar tegen maken en naar de rechter. Voor het maken van zo'n bezwaar heeft hij meer tijd, namelijk totdat de definitieve aanslag wordt opgelegd.

Stroomlijnen partnerbegrip

Er komt een basispartnerbegrip dat geldt voor alle belastingwetten. Tot dat begrip behoren gehuwden, geregistreerde partners en samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract die in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) staan ingeschreven op hetzelfde woonadres. Dat basispartnerbegrip kan in de afzonderlijke wetten worden uitgebreid. Daarbij geldt dat op basis van objectieve criteria wordt bepaald of er sprake is van partnerschap en wanneer het partnerschap begint en ophoudt te bestaan. Gevolg is dat de keuzemogelijkheid in de inkomstenbelasting voor fiscaal partnerschap zal worden vervangen door een partnerbegrip op basis van objectieve criteria.

Uniformering loonbegrip

Met ingang van, op zijn vroegst, 1 januari 2011 zal een uniform loonbegrip worden ingevoerd voor de heffing van loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. De onderdelen van de diverse loonbegrippen die momenteel niet uniform zijn, de zogenaamde discoördinatiepunten, worden opgeheven. Hiermee wordt op korte termijn een administratieve lastenwinst geboekt omdat de grondslag voor de loonheffing van burgers en de premieheffing van werkgever geüniformeerd wordt. Voor de werknemer wordt de loonstrook korter en duidelijker.

Vakantiebonnen

De waardering van vakantiebonnen wordt verhoogd naar 99 procent. Dat is de afronding van het proces dat de ongelijke waardering van vakantiegeld en vakantiebonnen weg moet nemen. Waardering op 99 procent van de nominale waarde komt tegemoet aan het liquiditeitsnadeel dat werknemers met vakantiebonnen (belast bij toekenning) ondervinden ten opzichte van werknemers met vakantiegeld (belast bij uitbetaling).

Doorwerkbonus tijdens levensloopverlof

De doorwerkbonus is bedoeld om ouderen te stimuleren langer actief deel te nemen aan het arbeidsproces. De toepassing van de doorwerkbonus op de levensloopregeling wordt zodanig aangepast, dat 61-plussers die hun levensloopverlofsaldo inzetten om een periode voorafgaand aan het pensioen levensloopverlof op te nemen, niet in aanmerking komen voor de doorwerkbonus. Degenen die de levensloopregeling gebruiken voor deeltijdverlof blijven, voor wat betreft het loon dat ze naast het loon uit de levensloopvoorziening verdienen, wel in aanmerking komen voor de doorwerkbonus en voor andere arbeidsgerelateerde heffingskortingen.

 


Zoeken