Naar de navigatie

Jongeren

Werk en inkomen

  • Actieplan jeugdwerkloosheid (crisismaatregel)

    Met het ‘Actieplan jeugdwerkloosheid’ wil het kabinet voorkomen dat jongeren langdurig aan de kant staan zoals in de slechte arbeidsmarkt in de jaren tachtig is gebeurd. Voor de jaren 2009-2011 is hiervoor 250 miljoen euro beschikbaar gesteld. Met dit geld wordt onder meer een programma gestart om jongeren langer op school te houden. Daarnaast zal er extra aandacht zijn voor een betere aansluiting van de vraag van werkgevers naar personeel op de kwaliteiten van jongeren en voor meer leerwerkbanen en stages.

  • Meer tijdelijke arbeidscontracten jongeren (crisismaatregel)

    Met het oog op de economische crisis krijgen werkgevers tijdelijk de mogelijkheid om met jongeren tot 27 jaar langer en vaker een tijdelijk arbeidscontract af te sluiten. Nu is het nog zo dat iemand na drie jaar of bij het vierde opeenvolgende tijdelijke arbeidscontract in vaste dienst komt. Dat wordt na vier jaar en bij het vijfde opeenvolgende arbeidscontract. Jongeren kunnen op deze manier langer aan het werk blijven.

  • Werkleerrecht voor jongeren (18-27 jaar)

    Vanaf 1 juli 2010 geldt het werkleerrecht voor alle jongeren tot 27 jaar met een bijstandsuitkering. Vanaf 1 oktober 2009 geldt dit recht al voor jongeren die zich bij de gemeente melden voor een uitkering. Zij krijgen werk of een leerwerkplek aangeboden. Weigeren ze dit aanbod, dan krijgen ze ook geen uitkering.

  • Jongeren tot 23 jaar makkelijker in dienst nemen

    Werkgevers die jongeren tot 23 jaar in dienst nemen voor werk van geringe omvang worden vrijgesteld van het betalen premies en loonbelasting. Werkgevers hebben daardoor minder administratieve lasten en arbeidskosten.

  • Jonggehandicapten

    Op 1 januari 2010 (beoogde invoeringsdatum) komt de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in plaats van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. In de nieuwe wet staat de ondersteuning van jonggehandicapten bij het vinden en houden van werk centraal en niet meer het recht op een uitkering. Voor jongeren zonder een beperking geldt al het principe dat zij moeten leren en/of werken. Dat gaat ook voor jonggehandicapten gelden.

  • Kleine banen jongeren vrijgesteld van werknemersverzekeringen

    De kleine banen van jongeren worden per 2010 vrijgesteld van premieheffing voor de werknemersverzekeringen en van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Dat betekent dat het goedkoper wordt om jongeren voor een kleine baan aan te nemen. Daarmee wordt het voor jongeren makkelijker om werkervaring op te doen. Van een kleine baan is sprake ingeval de werknemer jonger is dan 23 jaar en het loon lager is dan een voor die leeftijd voor deze regeling geldende loongrens. Zo geldt voor een 22-jarige bijvoorbeeld een grens van 600 euro per maand. Vanaf 2011 wordt ook de loonbelasting op nul gesteld. Verder is hierdoor sprake van vermindering van administratieve lasten voor het bedrijfsleven en voor de burgers.

     

     

Onderwijs

  • Cultuurkaart

    Dit schooljaar ontvangen alle ruim 900.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs 'de cultuurkaart'. Met de kaart kunnen leerlingen 25 euro besteden aan cultuureducatie. De kaart geldt tevens als CJP-kortingspas, die recht geeft op korting bij talrijke culturele instellingen.

     

  • Maatschappelijke stage

    Het aantal uren voor maatschappelijke stage wordt afhankelijk van de lengte van de opleiding (vwo 72, havo 60, vmbo 48).

     

  • School Ex-programma: Jaar langer leren mbo-leerlingen

    Het kabinet streeft ernaar om 10.000 extra gediplomeerde mbo-leerlingen met een beperkt arbeidsmarktperspectief niet van school te laten gaan maar een jaar langer door te laten leren, via het School Ex (School Exit en Extension) programma. Zo moet worden voorkomen dat deze jongeren na het behalen van een diploma werkloos worden. Ook werken de 17 kenniscentra voor beroep en bedrijfsleven nauw samen met het UWV Werkbedrijf om voldoende stage- en leerbanen (BPV-plaatsen) te realiseren om ervoor te zorgen dat jongeren hun opleiding kunnen afronden dan wel starten.

     

  • Studenten excellente master

    In 2010 is 11 miljoen beschikbaar voor excellente masterstudenten. Met het geld kunnen instellingen in het hoger onderwijs experimenten doen om meer te halen uit het toptalent dat zij in huis hebben. Afgelopen jaar was het programma vooral gericht op de bachelorfase. Komend jaar zal dit gelden voor de masterfase.

     

  • Bachelor-studenten: Ervaring opdoen voor de klas (educatieve minor)

    Met de invoering van de educatieve minor in 2010 krijgen bachelorstudenten in het hoger onderwijs de mogelijkheid om al vroeg in hun studie ervaring op te doen voor de klas. Het geldt alle klassen in het vmbo en voor de onderbouw van het havo en het vwo. Daarna vervolgen de studenten hun masteropleiding voor een eerstegraads bevoegdheid.

  • Afdrachtvermindering voor opleiding werknemer

    Voor werkgevers die een werknemer in 2010 een opleiding laten starten die leidt tot een hoger opleidingsniveau, geldt een afdrachtvermindering. Het moet gaan om een opleiding die relevant is voor de huidige of toekomstige functie bij de werkgever. Verder wordt de afdrachtvermindering op twee andere punten aangepast. Ten eerste wordt het mogelijk om een overstap te maken naar een ander leerbedrijf, zonder dat dit invloed heeft op de afdrachtvermindering. Ten tweede wordt de afdrachtvermindering uitgebreid naar werkgevers die een re-integratietraject verzorgen om werknemers op te leiden tot een startkwalificatieniveau.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     


Zoeken