Naar de navigatie

Onderwijs

Cultuurkaart

Dit schooljaar ontvangen alle ruim 900.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs 'de cultuurkaart'. Met de kaart kunnen leerlingen 25 euro besteden aan cultuureducatie. De kaart geldt tevens als CJP-kortingspas, die recht geeft op korting bij talrijke culturele instellingen.

 

Maatschappelijke stage

Het aantal uren voor maatschappelijke stage wordt afhankelijk van de lengte van de opleiding (vwo 72, havo 60, vmbo 48).

 

School Ex-programma: Jaar langer leren mbo-leerlingen

Het kabinet streeft ernaar om 10.000 extra gediplomeerde mbo-leerlingen met een beperkt arbeidsmarktperspectief niet van school te laten gaan maar een jaar langer door te laten leren, via het School Ex (School Exit en Extension) programma. Zo moet worden voorkomen dat deze jongeren na het behalen van een diploma werkloos worden. Ook werken de 17 kenniscentra voor beroep en bedrijfsleven nauw samen met het UWV Werkbedrijf om voldoende stage- en leerbanen (BPV-plaatsen) te realiseren om ervoor te zorgen dat jongeren hun opleiding kunnen afronden dan wel starten.

 

Studenten excellente master

In 2010 is 11 miljoen beschikbaar voor excellente masterstudenten. Met het geld kunnen instellingen in het hoger onderwijs experimenten doen om meer te halen uit het toptalent dat zij in huis hebben. Afgelopen jaar was het programma vooral gericht op de bachelorfase. Komend jaar zal dit gelden voor de masterfase.

 

Bachelor-studenten: Ervaring opdoen voor de klas (educatieve minor)

Met de invoering van de educatieve minor in 2010 krijgen bachelorstudenten in het hoger onderwijs de mogelijkheid om al vroeg in hun studie ervaring op te doen voor de klas. Het geldt alle klassen in het vmbo en voor de onderbouw van het havo en het vwo. Daarna vervolgen de studenten hun masteropleiding voor een eerstegraads bevoegdheid.

Afdrachtvermindering voor opleiding werknemer

Voor werkgevers die een werknemer in 2010 een opleiding laten starten die leidt tot een hoger opleidingsniveau, geldt een afdrachtvermindering. Het moet gaan om een opleiding die relevant is voor de huidige of toekomstige functie bij de werkgever. Verder wordt de afdrachtvermindering op twee andere punten aangepast. Ten eerste wordt het mogelijk om een overstap te maken naar een ander leerbedrijf, zonder dat dit invloed heeft op de afdrachtvermindering. Ten tweede wordt de afdrachtvermindering uitgebreid naar werkgevers die een re-integratietraject verzorgen om werknemers op te leiden tot een startkwalificatieniveau.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Zoeken