Naar de navigatie

Begrotingsjaar en kabinetsplannen 2010

Voor het kabinet heeft herstel van werk en bedrijvigheid absolute prioriteit. Soliditeit en solidariteit dienen hierbij hand in hand te gaan. Het kabinet beseft dat Nederland zich niet alleen uit de crisis kan werken. Internationale samenwerking en coördinatie zijn essentieel, bijvoorbeeld om gezamenlijk het vertrouwen te herstellen in het financiële systeem. Maar ook om te zorgen dat landen niet in de verleiding komen de eigen industrie en werkgelegenheid te bevoordelen. Inspanningen van regeringen om werkgelegenheid te bevorderen mogen niet uitmonden in een verstoring van de Europese interne markt en eerlijke wereldhandelsbetrekkingen.

Kabinetsaanpak crisis

De kabinetsaanpak is er steeds op gericht geweest de acute en grote gevolgen van de economische crisis zo goed mogelijk op te vangen, de lasten eerlijk te verdelen en het herstelvermogen van de economie te versterken. De allereerste ingrepen in de richting van met name banken waren bedoeld om ervoor te zorgen dat bedrijven en burgers kunnen blijven lenen, dat spaargeld veilig is, dat het betalingsverkeer werkt en dat het vertrouwen in het financiële stelsel behouden blijft. In het voorjaar van 2009 werd besloten tot een aanvullend beleidsakkoord (ABK). Dit akkoord bevat een integrale visie waarvan de onderdelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hier onder is de kabinetsaanpak van de crisis verder toegelicht.

Kabinetsaanpak crisis

De kabinetsaanpak is gericht op het dempen van de directe, schadelijke gevolgen van de crisis. Tegelijk wordt gewerkt aan het noodzakelijke herstel van economie en overheidsfinanciën op de langere termijn.

  • Spaargeld veilig stellen en kredietverlening op gang houden
    Het kabinet heeft meerdere malen flink ingegrepen in de Nederlandse financiële sector, onder andere door garanties, leningen, kapitaalinjecties en aandelenovernames, waaronder de aankoop van ABN-AMRO/Fortis. Een gezond bankwezen is op diverse manieren essentieel voor elke Nederlandse burger. Het bankwezen zorgt ervoor dat we onderlinge betalingen kunnen doen. Zonder banken geen internetbetalingen, girale overschrijvingen of pinautomaten. Verder heeft vrijwel iedere Nederlander een directe of indirecte aanspraak op banken. Als banken failliet gaan, verliezen spaarders hun geld. Daarnaast zullen pensioenfondsen grote verliezen lijden, doordat hun bezittingen in waarde zijn afgenomen door dalende beurskoersen, wat een lager pensioen of hogere premies betekent. Tot slot zijn veel Nederlanders afhankelijk van het bankwezen voor krediet. Zonder bankwezen kunnen alleen mensen die al veel geld hebben een huis kopen of een bedrijf beginnen. De werkgelegenheid van mensen ver buiten de financiële sector is ook sterk afhankelijk van de gezondheid van de financiële sector; als spaargeld verdwijnt en lenen niet meer mogelijk is, zullen burgers minder consumeren en bedrijven minder investeren. Zonder een goed werkend financieel stelsel hapert de kredietverlening en komt het herstel niet goed van de grond.
  • Op peil houden van voorzieningenniveau
    De Nederlandse economie krijgt in totaal in de jaren 2009-2010 een impuls van ruim 60 miljard euro door de zogenoemde automatische stabilisatie. Tegenvallers, bijvoorbeeld door lagere inkomsten, zijn geen reden voor bezuinigingen of voor verhogen van belastingen en premies. De overheidsuitgaven worden op peil gehouden. Hierdoor wordt voorkomen dat begrotingsbeleid de economische neergang verder versterkt.
  • Gerichte stimuleringsmaatregelen in 2009 en 2010
    Het kabinet trekt in 2009 en 2010 in totaal bijna 6 miljard euro uit voor het stimuleren van de economie. Medeoverheden voegen hier voor 1,5 miljard euro aan toe door eigen stimuleringsplannen. De maatregelen richten zich op het herstel en behoud van werkgelegenheid, op een versterkt en veerkrachtig bedrijfsleven en op het beperken van verdere vraaguitval. Tegelijkertijd zorgen de maatregelen ervoor dat Nederland sterker, slimmer en duurzamer uit de crisis kan komen (zie pagina 9 voor een financieel totaaloverzicht van de stimuleringsmaatregelen.
  • Vanaf 2011 naar herstel van overheidsfinanciën
    Het kabinet streeft naar een zo spoedig mogelijk herstel van de overheidsfinanciën, maar dit mag het fragiele herstel van de economie niet schaden. Zowel het moment als de omvang van het terugdringen van het begrotingstekort is daarom afhankelijk gesteld van het tempo van het economische herstel. Nederland is bereid de daarvoor benodigde minimum inspanningen wettelijk vast te leggen. In economisch goede tijden wordt een grotere inspanning geleverd, conform de Europese afspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact. De minimale jaarlijkse structurele saldoverbetering wordt vastgelegd in de Wet “tekortreductie rijk en medeoverheden”. Het kabinet heeft verder bij Voorjaarsnota 2009 besloten tot 1,8 miljard euro aan bezuinigen vanaf 2011. Afhankelijk van de hoogte van de economische groei in 2011 wordt dit bedrag ingezet voor schuld- en tekortreductie of ingezet om in 2011 (enkele) maatregelen uit het stimuleringspakket voort te zetten. Verder is een akkoord gesloten met de sociale partners over een verantwoorde loonontwikkeling met een gunstige budgettaire doorwerking via gematigdere lonen en uitkeringen in de collectieve sector.
  • Lange termijn: zekerheid over betaalbaarheid en beschikbaarheid collectieve voorzieningen.
    De burger moet kunnen vertrouwen op de toekomstige betaalbaarheid en toegankelijkheid van onze collectieve voorzieningen, zoals zorg, sociale zekerheid en pensioen. Daarom kiest het kabinet voor een krachtig pakket van maatregelen die de financiële houdbaarheid versterken. Het gaat daarbij om het structureel beheersen van de zorguitgaven, het geleidelijk op laten lopen van het eigenwoningforfait voor dure woningen en het voornemen om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar, rekeninghoudend met zware beroepen. Dit houdbaarheidspakket kan een structurele besparing opleveren van 1,3 procent BBP. De SER is de mogelijkheid gegeven om alternatieven aan te dragen voor de voorgestelde verhoging van de AOW-leeftijd.

Uitgaven, waaronder stimuleringsmaatregelen

Voor het begrotingsjaar 2010 is 4,2 miljard euro beschikbaar voor stimuleringsmaatregelen. Hiervan is 900 miljoen euro bestemd voor maatregelen die betrekking hebben op de arbeidsmarkt. Onder meer door gerichte bestrijding van (jeugd)werkloosheid, extra geld voor onderwijs en stageplaatsen en door de deeltijd-WW worden de maatschappelijke effecten van de crisis verkleind. Voor versterking van de duurzame economie is bijna 500 miljoen euro uitgetrokken. Ongeveer de helft hiervan wordt besteed aan een versnelling van projecten op het gebied van duurzame ruimtelijke ontwikkeling gefinancierd uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Daarnaast wordt de duurzaamheid van de economie bevorderd door extra geld voor de Energie Investeringsaftrek en de VAMIL/MIA. Dit zijn fiscale regelingen voor ondernemers die investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Ook is 1 miljard euro beschikbaar voor infrastructurele projecten en de bouwsector. Hieruit worden de bouw en onderhoud van (jeugd)zorginstellingen, woningen en scholen gefinancierd, wordt de restauratie van monumenten versneld ter hand genomen en worden de aanleg en het onderhoud van vaarwegen, sluizen, wegen en bruggen betaald.

Inkomsten: lastenontwikkeling (belastingen/premies)

De besluitvorming over de lastenontwikkeling voor burgers en bedrijven kan niet los worden bezien van de huidige economische situatie. Het kabinet houdt vast aan de ontwikkeling van de lasten zoals aangekondigd in de Miljoenennota 2009. Een grotere lastenverzwaring dan aangekondigd zou het economisch herstel kunnen vertragen. Meer lastenverlichting zou de overheidsfinanciën verder belasten. De werking van de begrotingsdisciplinering aan de lastenkant garandeert dit. Bedrijven krijgen wel te maken met stijgende WW-premies, omdat zij de kosten betalen voor de eerste zes maanden werkloosheid. Deze lastenstijging wordt gecompenseerd door een pakket van 1,1 miljard euro aan liquiditeitsverruimende en innovatiebevorderende maatregelen. De maatregelen ter verlenging van de willekeurige afschrijving en aanpassing van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting leveren een directe liquiditeitsimpuls voor het bedrijfsleven. Om innovatie te stimuleren, verruimt het kabinet de mogelijkheden voor innovatieve ondernemers om gebruik te maken van de octrooibox. De octrooibox wordt daarmee een innovatiebox. Daarnaast worden eveneens de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) en de afdrachtvermindering scholing verruimd. Ook voor burgers houdt het kabinet vast aan het lastenkader, wat resulteert in een evenwichtig koopkrachtbeeld 2010.

Stimuleringsmaatregelen 2009 2010
+ = intensivering € mln.    
Behoud en herstel werkgelegenheid 669 905
Arbeidsmarkt (deeltijd-WW, mobiliteitscentra e.a.) 230 200
Aanpak jeugdwerkloosheid 100 120
Schuldhulpverlening 30 50
Stimulering mbo (versterking onderwijs, stageplekken) 100 150
Hightech topprojecten en kenniswerkers 90 190
Verlenging aflopende innovatieprogramma’s FES   96
Snelle uitvoering FES-projecten innovatie 119 99
     
Liquiditeitsverruiming bedrijfsleven 678 549
Kredietverlening aan en verruiming van de liquiditeit van bedrijven    
     
Versoepeling verliesverrekening 2008 335 -120
Verruimen afdrachtvermindering WBSO 135 150
Enveloppe MKB   53
Schiphol/luchtvaart/vliegtax 70 277
VAMIL/MIA 21 30
Energie Investeringsaftrek (EIA) 117 146
Verlaagd btw-tarief isolatie   13
     
Infrastructuur en (woning)bouw 610 1161
Gericht tegengaan van vraaguitval    
     
Versnelling BLS en restauratie monumenten 175 220
Kustversterking (waaronder Zandsuppleties) 80 50
Onderhoud en bouw jeugdzorginstellingen 35 45
Onderhoud en bouw zorg- en AWBZ-instellingen   320
Onderhoud en bouw scholen 36 129
Vaarwegen, sluizen en binnenhavens 75 125
Versnelling bruggen en renovatie wegen 75 138
Snelle uitvoering FES-projecten Infra 134 134
     
Duurzame economie 446 478
Sterker en duurzamer uit de crisis    
     
Duurzame agrarische sector 30 20
Elektrische auto 5 15
Sloopregeling auto's 35 30
Energiebesparing woningen (dubbel glas) 10 20
Ruimtelijke economie (motie-Van-Geel) 60 55
Snelle uitvoering FES-projecten Ruimtelijk Economisch Beleid 190 190
Snelle uitvoering FES-projecten Milieu en Duurzaamheid 91  128
Duurzame energie   15
Duurzaam ondernemen 25 5
Invulling FES-projecten 29 90
     
Eigen stimuleringen door gemeenten en provincies 500 1000
     
Subtotaal stimuleringspakket 2932 4183
     
Werkloosheidsuitgaven (WW en WWB) 1603 4554

Koopkracht

De statische koopkracht laat zien hoe het inkomen van mensen verandert als hun positie ongewijzigd blijft. Ondanks de crisis is de koopkracht in 2009 nog flink gestegen. In 2010 is er sprake van een lichte daling. Als we naar 2009 en 2010 samen kijken, blijkt dat mensen het in 2010 gemiddeld bezien beter hebben dan voor de crisis, ondanks de scherpe economische krimp in 2009. In dit cijfer wordt echter niet meegeteld dat veel mensen er in 2009 en 2010 op achteruitgaan door verandering in hun situatie, vooral door ontslag en werkloosheid. Daarom is het belangrijker om te kijken naar de zogenoemde dynamische koopkrachteffecten. Mensen die hun baan verliezen en aangewezen zijn op een uitkering worden geconfronteerd met een duidelijke achteruitgang van hun inkomen. Koopkrachtmaatregelen in de belasting- en toeslagensfeer zijn niet voldoende om deze effecten te ondervangen. Daarom zijn veel maatregelen van het kabinet gericht op het behoud van werk en het voorkomen van langdurige werkloosheid. Dit is - zeker in tijden van crisis - het beste koopkrachtbeleid.

 

 


Zoeken